Als we aan een groep leerlingen vragen hoe de toekomst van hun school eruit ziet, komen de wildste verhalen naar boven. Of ze nou op de basisschool of middelbare school zitten, niks is te gek: van vliegende leslokalen en glijbanen in de school tot robots als docenten (naast meer serieuze wensen zoals veel groen en geautomatiseerde roosters). Gaat de toekomst er daadwerkelijk zo uitzien of zitten de leerlingen mis? Welke ontwikkelingen zien we in het onderwijs?
Onderwijs door de jaren heen
Vrij bekend is onderstaande afbeelding uit de Franse afbeeldingenreeks ‘En l’an 2000’ van begin twintigste eeuw, waarin de tekenaar zich een voorstelling maakte van hoe (onder andere) het onderwijs eruit zou kunnen zien in het jaar 2000. We zien hoe de docent boeken in een machine doet, waarna alle informatie zo de hoofden van de leerlingen instroomt. Ruim honderd jaar later horen we regelmatig dat het onderwijs door de jaren heen eigenlijk maar nauwelijks veranderd is: leerlingen leren nog steeds taal en rekenen en luisteren braaf naar de juf of meester. Toch verandert er stilletjes aan veel in onderwijsland, al is niet alles even zichtbaar voor de buitenstaander.

De rol van leerlingen verandert
Op de tekening zijn leerlingen afgebeeld als passieve ontvangers van kennis, maar dat is wel veranderd met de komst van het internet. De nadruk ligt steeds meer op het leren van vaardigheden dan op het overbrengen van kennis – informatie is ten slotte toch zo makkelijk op te zoeken. Door leerlingen meer autonomie te geven over hun leerproces, door zelf werkuren of keuzelessen in te vullen, leren ze vaardigheden zoals discipline en planning. Ook is door deze ruimte meer aandacht voor talentontwikkeling en individuele groei. De vraag is wat de invloed van AI hierop gaat zijn. Als zelfs hele werkstukken met één druk op de knop kunnen worden geschreven, worden wellicht bredere vaardigheden zoals informatieverwerking en het onderscheid maken tussen echte en neppe informatie steeds belangrijker.
Politieke invloeden op het onderwijs
Over het algemeen hebben scholen vrij veel ruimte om zelf te bepalen hoe ze onderwijs aanbieden aan leerlingen. Dat neemt niet weg dat de invloed van de politiek op het onderwijs groot is: waar moeten scholen aandacht aan besteden en wat gebeurt er met de financiering? Na jaren waarin de focus van de politiek richting het onderwijs vooral lag op kansengelijkheid en burgerschapsonderwijs, zien we de laatste jaren juist meer focus op basisvaardigheden zoals lezen en rekenen. Het PISA onderzoek waarin werd geconcludeerd dat het wiskunde- en leesvaardigheidsniveau van Nederlandse jongeren sterk gedaald is, speelt daar een grote rol in.
Financieel staat de aandacht voor het onderwijs ook onder druk. In deze (geopolitieke) turbulente tijd met veel uitdagingen, is de kans aanwezig dat bezuinigd wordt op onderwijs ten faveure van thema’s als defensie, veiligheid en woningbouw. En dat terwijl veel scholen zeker financiële steun kunnen gebruiken om om te kunnen gaan met het arbeidstekort, de post-Corona perikelen en de versterking van basisvaardigheden. Andere ontwikkelingen die invloed kunnen gaan hebben op het onderwijs zijn de ontgroening (aangezien generatie Z wereldwijd de grootste generatie ooit zou kunnen zijn) en gelijktijdig de groei van de Nederlandse bevolking door migratie. Deze trends werken regionaal anders uit, waardoor niet overal dezelfde ontwikkeling in leerlingenaantallen wordt verwacht. Wel is de kans groot dat de leerlingpopulatie diverser wordt, al verschilt ook dit sterk per regio. Andere maatschappelijke ontwikkelingen zoals polarisatie, de invloed van sociale media en de toenemende aandacht voor religie en traditie onder jongeren zullen het onderwijs blijven vormen.
Een kijkje in de toekomst
Hoe zou het onderwijs eruit zien als het curriculum steeds minder kennisgericht is en als leerlingen steeds meer invloed krijgen op hun lesprogramma? Andere landen geven voorbeelden van hoe het curriculum en onderwijssysteem anders en meer toekomstgericht ingestoken kan worden. Zo is in Nieuw-Zeeland het onderwijs opgebouwd rond waarden, competenties en leergebieden en hebben scholen veel ruimte om dit zelf in te richten. In India is beleid uitgerold om het onderwijs meer multidisciplinair te maken. In landen als Japan en Bhutan staat burgerschapsvorming en welzijn centraal. En in Finland leren leerlingen middels vakoverstijgende projecten en thema’s. In sommige landen wordt onderwijs strategisch ingezet om de toekomstige concurrentiepositie van een land te verbeteren en wordt bewust nagedacht over de competenties die leerlingen zouden moeten bezitten om klaar te zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Hoe zou het Nederlandse onderwijs eruit zien als er meer wordt ingezet op burgerschapsvorming of de arbeidsmarkt? En moet de overheid hierover bepalen, of moeten scholen juist meer ruimte krijgen?
Bovenstaande laat zien dat er allerlei ontwikkelingen op het onderwijs afkomen, maar dat het onderwijs ook sterk wordt bepaald door bewuste keuzes. Dit geldt niet alleen voor de overheid maar ook voor scholen zelf. Los van de ontwikkelingen waar scholen weinig invloed op hebben, zijn er een heleboel keuzes mogelijk die het makkelijker kunnen maken om op de verschillende ontwikkelingen in te spelen én wendbaar te zijn als nieuwe ontwikkelingen zich voordoen. Een goede visie op basis van een toekomstverkenning kan daarbij helpen. Vraag ons boek ‘Fix je visie!’ aan en lees hoe je als school een goede, toekomstgerichte visie kan opstellen, samen met de hele school.